Om jullie in deze gekke tijden nog steeds van verhalen te voorzien, interviewen we wekelijks een renner of begeleider. Afgelopen weken hebben we al tien renners geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Hans Baudoin, onze ploegleider van de elite/beloften.

We kunnen inmiddels wel zeggen dat Hans heel erg veel ervaring heeft, want ruim 50 jaar geleden heeft hij zijn intrede al gedaan in de wielersport. Allereerst was hij vooral zelf op de fiets te vinden, waar hij zeer goed reed bij onder andere de Nederlandse selectie. Nadat hij ongeveer 150 koersen op zijn naam schreef, is Hans overgestapt op het ploegleiderschap. Dit doet hij nu al zeven jaar voor TWC Tempo Hoppenbrouwers-VIRO. Om een beter beeld van Hans te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

1981 – Jan van Erp ploegenfoto

Hoe lang ben je al actief in de wielersport?

Eind jaren 60, begin jaren 70 speelden de kinderen nog buiten. De ene periode knikkerde je, de volgende werd er gefietst. Ik won vaak die wedstrijdjes op een veel te grote fiets van mijn moeder. Dat viel blijkbaar op waardoor ik werd gevraagd om lid te worden van TWC de Kempen. Daar wilde ze een jeugddivisie op starten.

In 1970 reed ik mijn eerste koersje bij de 8-jarigen. Ik won en was meteen verkocht en verknocht aan de wielersport.

Je geeft aan dat je zelf actief bent geweest als wielrenner. Op welk niveau heb jij de wielersport beoefend en voor welke ploegen heb je gereden?

Ik heb in ploegen gereden die al lang niet meer bestaan. De ouderen onder ons zullen de paarse brigade van Jan van Erp nog wel kennen. Daar heb ik 4 seizoenen voor gereden. Jan Gisbers was hier ploegleider. Ploeggenoten uit die tijd waren onder andere Gerrit Solleveld, Rene Koppert, Adri van der Poel, Twan Poels en Jan Peels. Vervolgens ben ik overgestapt naar Mindex. Deze ploeg heeft maar een jaar bestaan. Jan van Katwijk was hier ploegleider. Peter Pieters en Frans Maesen waren hier onder andere mijn ploeggenoten. Mijn laatste jaar reed ik bij Concorde-Univers van Frans Klardie. Piet Kleine, Dries Klein en Henk Havik waren hier ploeggenoten. De Jan van Erp ploeg stond Europees gezien hoog aangeschreven. Als amateurteam (nu elite) werden wij zelfs uitgenodigd om koersen als Parijs-Nice te rijden.

Ik denk dat het team van Jan van Erp te vergelijken is met een goed continentaal team of een redelijk pro-continentaal team van nu.

Daarnaast heb ik in de nationale selectie gezeten voor de 100 km ploegentijdrit. Dit was destijds een discipline die met 4 renners gereden werd. Bij de junioren reed ik ook voor de nationale selectie. Althans in het eerste jaar, het 2e jaar was ik te oud. De regels hieromtrent zijn iets veranderd. Op het Wereldkampioenschap in Argentinië werd ik 6e. Leuk maar ook niet meer. Ik had de pech dat ik de laatste ronde van wiel moest wisselen en wat laat aansloot.

Mijn specialiteit was tijdrijden en sprinten, maar ook gewoon koersen. De koers hard maken vond ik altijd wel leuk. Ik heb in mijn totale carrière tussen de 600 en 700 wedstijden gereden. Hiervan heb ik er ongeveer 150 gewonnen. Vaak kwam ik alleen aan, maar er zitten ook diverse massasprints bij.

1981 – Olympia’s tour Zoetermeer-Hillegom

Wat heeft je ertoe aangezet om ploegleider te worden na jouw wielercarrière?

Ik was eigenlijk niet van plan om ploegleider te worden, maar meteen nadat ik stopte werd ik gevraagd om dat alsnog te doen. Ik was lid van TWC de Kempen. Die club had veel voor me gedaan, dus vond ik het wel netjes om iets terug te doen. Alleen had ik op een ander niveau gereden dan clubniveau. Het feit dat er een groep weg reed en er niemand bij zat, was ik niet gewend. Dat heeft even geduurd.

Ik ben daarnaast ook mee geweest als begeleiders naar het WK voor junioren in Casablanca. Michel Zanoli werd daar namens Nederland wereldkampioen. Vervolgens ben ik er een hele tijd uit geweest en heb ik aan mijn maatschappelijk carrière moeten werken. Ik werd van tijd tot tijd wel benaderd om ploegleider te worden maar dat heb ik altijd afgewezen. Ik heb het wielrennen wel altijd intensief gevolgd en ben ook renners individueel blijven begeleiden. In 2009 werd ik weer benaderd voor TWC Tempo. Daar ben ik vervolgend weer ingestapt.

Hoe is de wielersport veranderd vergeleken met de tijd dat jij koersen reed?

We reden op totaal ander materiaal. Mijn eerste wedstrijden reed ik nog op dikke draadbanden en een ijzeren frame. Later heen werd dat aluminium.  Als je die fietsen van toen vergelijkt met nu, zit er een hemelsbreed verschil in. Sowieso voor wat betreft gewicht, maar vooral de aerodynamica heeft zijn intreden in de wielersport gedaan.

Ook het aantal deelnemers is veranderd. Met name in de jeugdcategorieën. Vroeger moest je heel snel inschrijven, anders was de wedstrijd al volgeboekt. Soms waren er zoveel inschrijvingen, dat ze de wedstijd verdeelden in 2 wedstrijden waar elke keer 150 renners in mochten starten. Zelfs dan nog waren er renners die de status volgeboekt terugkregen.

Wat ook meteen opviel was de rondevergoeding in een criterium. Vroeger moest je een reservefiets meenemen voor het geval je pech kreeg, zodat je niet te ver achter kwam en het gat nog dicht kon rijden.

Ook de afstanden zijn veranderd. Vroeger was een klassieker boven de 200 km normaal. Ook tikten we zelfs 230 km aan. De criteriums waren meestal 100 km.

1981 – juni Vierstromenlandronde Tiel

Tijdens welke koers of training heb je echt het allermeest afgezien als renner?

De wedstijd waar ik het meeste in af heb gezien was een ploegentijdrit van 100 km ter voorbereiding op het WK. Ik had vooraf griep gehad. In overleg met de ploegleider afgesproken dat ik daarom maar 75 km mee zou rijden. Alleen reed ik vanaf km 70 zo hard op kop, dat een ploegmaat moest lossen. Toen moest ik totaal verzuurd nog door. Ik heb vervolgens 2 uur op een stoel gehangen en kon me nauwelijks nog bewegen. De dag erop was het nog niet goed. Ze hebben me min of meer in de auto geschoven naar Oost-Duitsland, waar ik de dag erop een etappewedstijd van 10 dagen (ca 1700 km) moest rijden. Halverwege die etappekoers begon ik pas weer tot mezelf te komen. De laatste dag won ik de laatste etappe.

In Parijs-Nice leerde ik van Roger de Vlaminck dat je gewoon in je broek kon plassen als het regende. Dat heeft we ook wel eens geholpen toen ik verkleumd in een tweede groep terecht kwam. Het werd daarna weer zo warm, dat ik weer terugreed naar de kopgroep.

Op welke prestaties als wielrenner ben je het trotst?

Nationaal kampioen worden en een jaar in een trui rondrijden is altijd mooi. Ik ben het een keer geworden op de weg bij de nieuwelingen en een keer op de baan bij de junioren.

Daarnaast heb ik diverse klassiekers gewonnen, waar onder de Ronde van Drenthe en de Omloop van de Baronie (destijds een van de voornaamste klassiekers in Nederland).

Maar ik heb ook leuke herinneringen aan koersen waar ik vanuit het vertrek weg reed en nooit een renner meer heb gezien. Althans pas na de finish. Mijn eerste wedstrijd bij de junioren herinner ik me ook nog goed. Ik ben op 2 oktober jarig. Op 5 oktober was er een wedstrijd in Leende, de geboorteplaats van mijn vader. Speciaal voor die wedstrijd vroeg ik nog een juniorenlicentie aan. Ik had dat jaar bij de nieuwelingen 25 wedstrijden gewonnen. Die koers in Leende won ik ook met 1,5 ronde voorsprong.

Ook een koers staat me bij dat ik lek reed en geen reservefiets bij me had. Ik kreeg een gewone kinderfiets. Daar heb ik een ronde op gereden voordat ik mijn racefiets weer terugkreeg. Ik ging door de eerste bocht en het peloton door de laatste bocht. In de laatste ronde sloot ik weer aan in het peloton en won uiteindelijk die koers nog in een massasprint.

1982 – Parijs-Nice

Op welke prestaties als ploegleider van Tempo ben je het trotst?

Verenigingen als Het Snelle Wiel, TWC de Kempen, TWC Pijnenburg, De Dommelstreek timmerde van oudsher in regio Zuid-Oost Nederland vooral de weg. Tempo was wat kleiner en wellicht wat minder ambitieus. Tempo heeft ook geen jeugdteams om vandaaruit de renners de kans te geven om door te groeien. In 2015 heeft het bestuur van TWC Tempo besloten om de focus op de Elite/Belofte te gaan leggen. Ze spraken de ambitie uit om bij de topclubs van Nederland te willen gaan horen. Vanuit die visie werd ik benaderd om hier gestalte aan te geven.

Als je dan 5 jaar later kijkt dan denk ik dat die missie is geslaagd. Er rijden twee Brabantse clubs in de Topcompetitie, De Jonge Renner en wij. Andere verenigingen hebben de handen ineen moeten slaan om nog voldoende renners aan de start te kunnen krijgen in de grotere koersen. Ik juich die samenwerking overigens van harte toe, maar neemt niet weg dat ik er trots op ben dat wij ook dit jaar weer een sterk team van 23 renners op de been hebben staan. De meeste renners hebben wel een mooie ontwikkeling doorgemaakt en mooie resultaten bereikt. Zonder de anderen tekort te doen, springen Jasper de Laat en Jos Koop hier wel bovenuit. Jos heeft inmiddels twee wedstrijden van de clubcompetitie gewonnen en daarnaast ook ereplaatsen behaald. Jasper kreeg in 2016 in de gaten dat er meer in zat dan criteriumrenner te zijn. Zijn 2e plaats in de Omloop der Kempen zorgde voor die omslag. Het gevolg was het hij onder andere de Tour de L’avenier en het Europees Kampioenschap mocht rijden als clubrenner. Zeer uniek. Jammer dat ten gevolge van een val, waarbij hij zijn heup brak, niet de kans heeft gekregen om zich te bewijzen bij de beroepsrenners.

We vallen ook op bij de ploegleiders van Continentale teams. De contacten zijn goed, dus als er weer een renner is die de kwaliteiten heeft, is het contact snel gelegd. Uiteindelijk is dat ook het doel: renners naar een hoger echelon in de wielersport brengen. Overigens mag Robin Wennekes ook niet worden vergeten. Robin werd in 2016 Nederlands Kampioen bij de Elite Zonder contract in de trui van TWC Tempo. Dat is natuurlijk ook iets om trots op te zijn. In dat jaar won hij ook een wedstrijd in de clubcompetitie.

Maar ik ben ook trots op onze beloften. Het is geweldig om te zien hoe ze zich ontwikkelen als coureur. Fijn ook dat ze in de koers begeleid worden door de ervaren renners van ons team. Dat is elk jaar weer een stimulans voor andere beloften om zich bij TWC Tempo aan te sluiten. Zij zien natuurlijk ook hoe hun collega beloften progressie maken bij ons clubje.

Waar hard voor wordt getraind op initiatief van Hans – NCK 2019

Wat zijn jouw ambities voor de ploeg voor komend seizoen?

Als Corona ons niet te veel in de weg zit, rijden we een mooi programma. Er stonden vier etappewedstrijden op het programma, waaronder Olympia’s Tour. Deze gaat helaas niet door maar er is nog hoop voor etappewedstrijden in België, Frankrijk en Tsjechië. Daarnaast rijden we Top- en Clubcompetitie en vrije klassiekers. Ook mogen we waarschijnlijk enkele wedstrijden van de Holland Cup rijden.

Verder gaan we weer wekelijks trainen voor de ploegentijdrit. Sinds die trainingen presteren we steeds beter in die discipline. Bijkomend voordeel is, dat door deze trainingen de renners ook op individueel niveau beter worden.

Doel is natuurlijk dat we ons willen handhaven in de Topcompetitie en bij de topclubs van Nederland willen blijven horen. Natuurlijk willen we weer koersen winnen. Dat is altijd mooi om mee te maken en daar doen we het uiteindelijk ook voor.

1982- april Ronde van Drenthe 1e
1977- 18 september Eindhoven
1982 – proloog Olympia’s Tour