Nieuws

Ploegleider/mechaniciën in de schijnwerpers – Gerrit Smets

Ploegleider/mechaniciën in de schijnwerpers – Gerrit Smets

Om jullie in deze gekke tijden nog steeds van verhalen te voorzien, interviewen we wekelijks een renner of begeleider. Afgelopen weken hebben we al diverse renners en onze ploegleider van de elite/beloften geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Gerrit Smets, onze tweede ploegleider en mechaniën.

Zo’n 46 jaar geleden heeft Gerrit zijn intrede gedaan in de wielersport, waardoor we ook van Gerrit kunnen zeggen dat hij al heel erg veel ervaring heeft in de wielersport. Allereerst reed Gerrit zelf wedstrijden bij de junioren en de amateurs, waarna hij vanaf zijn 21e de sport vooral heeft beoefend om te genieten. Toen Gerrit drie jaar geleden werd gevraagd om mechaniciën bij Tempo Hoppenbrouwers-VIRO te worden heeft hij geen moment getwijfeld. Inmiddels vervult Gerrit ook de rol als tweede ploegleider bij de elite/beloften, maar daarnaast vindt hij het net zo prachtig om bidonnetjes aan te geven bij alle koersen van de amateurs. Gerrit is onder de renners erg geliefd door zijn nuchtere kijk op alles en de band die hij creëert met de renners, door onder andere regelmatig aan te sluiten op zijn eigen fiets. Om een beter beeld van Gerrit te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

Hoe lang ben je al actief in de wielersport?

Toen ik 14 jaar oud was ben ik met de buurman begonnen met fietsen en zijn we bij een toerclub gaan rijden. Twee jaar later was ik zo goed vooruitgegaan dat ik over ben gestapt naar de junioren en wedstrijden ging rijden bij de NWB voor TWC Bergeijk. Mijn eerste wedstrijd reed ik in Peij Echt, het was heel koud en nat en alles was nieuw maar ik kon me goed handhaven en werd 11e van de 78 starters. In het voorjaar van mijn laatste seizoen als junior begon het slecht met een zware valpartij op training met de nodige schade. Ik had toen mijn jukbeen verbrijzeld, een scheurtje in de schedel en de nodige hechtingen in het gezicht, na een herstel van 4 maanden kwam ik weer terug op de fiets en ben ik gestart bij de amateurs. Het volgende seizoen goed voorbereid en getraind aan de wedstrijden begonnen en mooie uitslagen gereden maar nooit een wedstrijd kunnen winnen. Ik kon hardrijden maar niet sprinten. Op mijn 21e ben ik gestopt met het rijden van wedstrijden.

We zien jou nog steeds zelf op de fiets zitten. Hoe beoefen je de wielersport nu zelf?

Ik fiets nog héél graag en meestal rijd ik samen met Rolf en Rinus maar ook met de wedstrijdrijders van Tempo. Samen met de jongens fietsen communiceert makkelijk omdat je allemaal samen bezig bent met dezelfde sport. Ik probeer 3 á 4 keer per week te fietsen afhankelijk van het werk en het weer, train dan doordeweeks 60 tot 80km. ‘s Avonds en in het weekend tussen de 80 tot 125km. Graag trainen we ook in Zuid-Limburg en de Ardennen voor de langere tochten zoals Diekirch-Valkenswaard welke 260km telt.

Wat heeft je ertoe aangezet om ploegleider en mechaniciën te worden bij Tempo?

Renners helpen in de wedstrijd met problemen met het materiaal en sleutelen vanuit de auto aan de fiets is mooi. De band die je met de meeste renners krijgt is heel mooi om te ervaren.

Ik ben in 2016 bij Tempo begonnen als mecaniciën omdat ik gevraagd werd omdat de mecaniciën er mee gestopt was. Inmiddels heb ik al veel wedstrijden gedaan van eendaagse tot etappewedstrijden. In 2018 heb ik mijn ploegleiderslicentie gehaald omdat Tempo meer renners kreeg en dat het er aan zat te komen dat we een dubbel programma gingen rijden om alle renners genoeg te kunnen laten starten.

Het mooiste vind ik de contacten met de renners en te zien dat ze stappen maken, iedere renner op zijn kunnen. Ik geniet misschien nog wel het meest van de renners die niet overgoten zijn met groot talent, maar alles voor hun sport opofferen en dan een mooie prestatie neerzetten. Neem jou voorbeeld Joris, waarbij je in de Ronde van Lieshout een mooie prestatie neerzet. Dan ben ik gewoon blij voor jou als renner.

Hoe heb je de wielersport zien veranderen gedurende jouw leven?

Dat is niet met elkaar te vergelijken.

Het materiaal is ontzettend doorontwikkeld maar ook op het gebied van trainen is er net zo goed veel veranderd. Iedere renner heeft zijn eigen trainer nu, ik heb nooit geen trainer gehad je leerde toentertijd van andere renners en vaders. Ik mocht van thuis uit fietsen maar je moest wel alles zelf doen, gelukkig hadden ze bij TWC Bergeijk een bus om naar de wedstrijden te gaan. Je was dan hele dagen weg want alle categorieën die startten gingen met die bus mee. Dat was trouwens wel een heel gezellige tijd.

Hoe heb jij jouw ervaring van het sleutelen aan fietsen jezelf eigen gemaakt?

Toen ik zelf fietste moest je alles zelf doen. Gelukkig heeft mijn buurman mij altijd alles geleerd. Zo ook bijvoorbeeld tubes maken en weer dicht naaien.

Op welke prestaties als ploegleider en mechaniciën van Tempo ben je het trotst?

Het mooiste vind ik dat renners vooruitgang boeken en lekker bezig zijn. Ik geniet net zoveel van een mooie amateurwedstrijd als van de elite. Ik vind trouwens dat we bij Tempo een fantastisch hechte en leuke groep hebben die samen hele mooi prestaties neerzetten.

Wat zijn jouw ambities voor de ploeg voor komend seizoen?

Ik hoop dat we weer snel wedstrijden kunnen rijden, want momenteel staat door Corona de ontwikkeling van de renners stil. We hebben nu eigenlijk al twee verloren seizoenen en dat komt de wielersport in zijn geheel niet ten goede.

Renner in de schijnwerpers – Wessel Coppelmans

Renner in de schijnwerpers – Wessel Coppelmans

Om jullie in deze gekke tijden nog steeds van verhalen te voorzien, interviewen we wekelijks een renner of begeleider. Afgelopen weken hebben we Jasper, Bart, Robin, Thomas, Jeffrey, Xavier, Arne, Kelvin, Mario, Paul en onze ploegleider Hans al geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Wessel Coppelmans. Wessel is 21 jaar oud, woont in Hapert en is inmiddels al 12 jaar actief in de wielersport. Hiervan rijdt hij dit jaar zijn tweede seizoen voor Tempo Hoppenbrouwers-VIRO.

Naast dat Wessel al 12 jaar zelf op de fiets zit, zorgt hij er ook voor dat anderen kunnen genieten van deze prachtige sport door werkzaam te zijn in een fietsenwinkel. Om een beter beeld van Wessel te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

Hoe ben je met het wielrennen begonnen?

Voordat ik begon met wielrennen, was ik al geïnteresseerd in deze sport en ging ik onder andere bij de verschillende kermiskoersen in de buurt en de Omloop der Kempen kijken. Ik ben begonnen als jeugdrenner, waarbij ik de wielersport beoefende in combinatie met voetbal.

Welke disciplines van de wielersport beoefen je en waar gaat je voorkeur naar uit?

Mijn prioriteiten liggen voornamelijk bij het rijden van wedstrijden op de weg. In de zomer ben ik dan ook voornamelijk te vinden op mijn wegfiets. In de winter vind ik het leuk om een paar crossen te rijden, daarnaast wissel ik dan ook graag af om af en toe een graveltocht te rijden.

Hoe ziet jouw wedstrijdvoorbereiding eruit?

Dat verschilt per wedstrijd. Meestal houd ik vooral mijn gemak voor de wedstrijd en neem ik het parcours voor mezelf door. Daarnaast zorg ik ervoor dat ik altijd ruim op tijd van tevoren gegeten heb.

Hoe ziet een trainingsweek er voor jou uit?

Normaalgesproken kan ik op dinsdag en donderdag met een groepje meetrainen waar ik enkele blokken kan doen en ook wat snelheid mee kan pakken. De andere dagen wissel ik de verschillende duur-, brommer- en tijdrittrainingen vooral af.

Wat doe je dagelijks als je niet op de fiets zit?

Ik werk als fietsenmaker en heb het geluk dat ik dagelijks tussen de mooiste racefietsen mag rondlopen.

Op welke prestaties ben je het trotst?

Ik ben het meest trots op de vooruitgang die ik mezelf ieder jaar weer zie maken. Als ik terugkijk naar waar ik als 1e-jaars nieuweling stond en waar ik nu sta zie ik een totaal andere renner.

Hoe zie jij je wielertoekomst?

Ik wil stappen blijven zetten en mezelf door blijven ontwikkelen met de focus op mijn sprint.  Het zou mooi zijn om dit jaar nog een paar korte uitslagen neer te kunnen zetten.

Ploegleider in de schijnwerpers – Hans Baudoin

Ploegleider in de schijnwerpers – Hans Baudoin

Om jullie in deze gekke tijden nog steeds van verhalen te voorzien, interviewen we wekelijks een renner of begeleider. Afgelopen weken hebben we al tien renners geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Hans Baudoin, onze ploegleider van de elite/beloften.

We kunnen inmiddels wel zeggen dat Hans heel erg veel ervaring heeft, want ruim 50 jaar geleden heeft hij zijn intrede al gedaan in de wielersport. Allereerst was hij vooral zelf op de fiets te vinden, waar hij zeer goed reed bij onder andere de Nederlandse selectie. Nadat hij ongeveer 150 koersen op zijn naam schreef, is Hans overgestapt op het ploegleiderschap. Dit doet hij nu al zeven jaar voor TWC Tempo Hoppenbrouwers-VIRO. Om een beter beeld van Hans te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

1981 – Jan van Erp ploegenfoto

Hoe lang ben je al actief in de wielersport?

Eind jaren 60, begin jaren 70 speelden de kinderen nog buiten. De ene periode knikkerde je, de volgende werd er gefietst. Ik won vaak die wedstrijdjes op een veel te grote fiets van mijn moeder. Dat viel blijkbaar op waardoor ik werd gevraagd om lid te worden van TWC de Kempen. Daar wilde ze een jeugddivisie op starten.

In 1970 reed ik mijn eerste koersje bij de 8-jarigen. Ik won en was meteen verkocht en verknocht aan de wielersport.

Je geeft aan dat je zelf actief bent geweest als wielrenner. Op welk niveau heb jij de wielersport beoefend en voor welke ploegen heb je gereden?

Ik heb in ploegen gereden die al lang niet meer bestaan. De ouderen onder ons zullen de paarse brigade van Jan van Erp nog wel kennen. Daar heb ik 4 seizoenen voor gereden. Jan Gisbers was hier ploegleider. Ploeggenoten uit die tijd waren onder andere Gerrit Solleveld, Rene Koppert, Adri van der Poel, Twan Poels en Jan Peels. Vervolgens ben ik overgestapt naar Mindex. Deze ploeg heeft maar een jaar bestaan. Jan van Katwijk was hier ploegleider. Peter Pieters en Frans Maesen waren hier onder andere mijn ploeggenoten. Mijn laatste jaar reed ik bij Concorde-Univers van Frans Klardie. Piet Kleine, Dries Klein en Henk Havik waren hier ploeggenoten. De Jan van Erp ploeg stond Europees gezien hoog aangeschreven. Als amateurteam (nu elite) werden wij zelfs uitgenodigd om koersen als Parijs-Nice te rijden.

Ik denk dat het team van Jan van Erp te vergelijken is met een goed continentaal team of een redelijk pro-continentaal team van nu.

Daarnaast heb ik in de nationale selectie gezeten voor de 100 km ploegentijdrit. Dit was destijds een discipline die met 4 renners gereden werd. Bij de junioren reed ik ook voor de nationale selectie. Althans in het eerste jaar, het 2e jaar was ik te oud. De regels hieromtrent zijn iets veranderd. Op het Wereldkampioenschap in Argentinië werd ik 6e. Leuk maar ook niet meer. Ik had de pech dat ik de laatste ronde van wiel moest wisselen en wat laat aansloot.

Mijn specialiteit was tijdrijden en sprinten, maar ook gewoon koersen. De koers hard maken vond ik altijd wel leuk. Ik heb in mijn totale carrière tussen de 600 en 700 wedstijden gereden. Hiervan heb ik er ongeveer 150 gewonnen. Vaak kwam ik alleen aan, maar er zitten ook diverse massasprints bij.

1981 – Olympia’s tour Zoetermeer-Hillegom

Wat heeft je ertoe aangezet om ploegleider te worden na jouw wielercarrière?

Ik was eigenlijk niet van plan om ploegleider te worden, maar meteen nadat ik stopte werd ik gevraagd om dat alsnog te doen. Ik was lid van TWC de Kempen. Die club had veel voor me gedaan, dus vond ik het wel netjes om iets terug te doen. Alleen had ik op een ander niveau gereden dan clubniveau. Het feit dat er een groep weg reed en er niemand bij zat, was ik niet gewend. Dat heeft even geduurd.

Ik ben daarnaast ook mee geweest als begeleiders naar het WK voor junioren in Casablanca. Michel Zanoli werd daar namens Nederland wereldkampioen. Vervolgens ben ik er een hele tijd uit geweest en heb ik aan mijn maatschappelijk carrière moeten werken. Ik werd van tijd tot tijd wel benaderd om ploegleider te worden maar dat heb ik altijd afgewezen. Ik heb het wielrennen wel altijd intensief gevolgd en ben ook renners individueel blijven begeleiden. In 2009 werd ik weer benaderd voor TWC Tempo. Daar ben ik vervolgend weer ingestapt.

Hoe is de wielersport veranderd vergeleken met de tijd dat jij koersen reed?

We reden op totaal ander materiaal. Mijn eerste wedstrijden reed ik nog op dikke draadbanden en een ijzeren frame. Later heen werd dat aluminium.  Als je die fietsen van toen vergelijkt met nu, zit er een hemelsbreed verschil in. Sowieso voor wat betreft gewicht, maar vooral de aerodynamica heeft zijn intreden in de wielersport gedaan.

Ook het aantal deelnemers is veranderd. Met name in de jeugdcategorieën. Vroeger moest je heel snel inschrijven, anders was de wedstrijd al volgeboekt. Soms waren er zoveel inschrijvingen, dat ze de wedstijd verdeelden in 2 wedstrijden waar elke keer 150 renners in mochten starten. Zelfs dan nog waren er renners die de status volgeboekt terugkregen.

Wat ook meteen opviel was de rondevergoeding in een criterium. Vroeger moest je een reservefiets meenemen voor het geval je pech kreeg, zodat je niet te ver achter kwam en het gat nog dicht kon rijden.

Ook de afstanden zijn veranderd. Vroeger was een klassieker boven de 200 km normaal. Ook tikten we zelfs 230 km aan. De criteriums waren meestal 100 km.

1981 – juni Vierstromenlandronde Tiel

Tijdens welke koers of training heb je echt het allermeest afgezien als renner?

De wedstijd waar ik het meeste in af heb gezien was een ploegentijdrit van 100 km ter voorbereiding op het WK. Ik had vooraf griep gehad. In overleg met de ploegleider afgesproken dat ik daarom maar 75 km mee zou rijden. Alleen reed ik vanaf km 70 zo hard op kop, dat een ploegmaat moest lossen. Toen moest ik totaal verzuurd nog door. Ik heb vervolgens 2 uur op een stoel gehangen en kon me nauwelijks nog bewegen. De dag erop was het nog niet goed. Ze hebben me min of meer in de auto geschoven naar Oost-Duitsland, waar ik de dag erop een etappewedstijd van 10 dagen (ca 1700 km) moest rijden. Halverwege die etappekoers begon ik pas weer tot mezelf te komen. De laatste dag won ik de laatste etappe.

In Parijs-Nice leerde ik van Roger de Vlaminck dat je gewoon in je broek kon plassen als het regende. Dat heeft we ook wel eens geholpen toen ik verkleumd in een tweede groep terecht kwam. Het werd daarna weer zo warm, dat ik weer terugreed naar de kopgroep.

Op welke prestaties als wielrenner ben je het trotst?

Nationaal kampioen worden en een jaar in een trui rondrijden is altijd mooi. Ik ben het een keer geworden op de weg bij de nieuwelingen en een keer op de baan bij de junioren.

Daarnaast heb ik diverse klassiekers gewonnen, waar onder de Ronde van Drenthe en de Omloop van de Baronie (destijds een van de voornaamste klassiekers in Nederland).

Maar ik heb ook leuke herinneringen aan koersen waar ik vanuit het vertrek weg reed en nooit een renner meer heb gezien. Althans pas na de finish. Mijn eerste wedstrijd bij de junioren herinner ik me ook nog goed. Ik ben op 2 oktober jarig. Op 5 oktober was er een wedstrijd in Leende, de geboorteplaats van mijn vader. Speciaal voor die wedstrijd vroeg ik nog een juniorenlicentie aan. Ik had dat jaar bij de nieuwelingen 25 wedstrijden gewonnen. Die koers in Leende won ik ook met 1,5 ronde voorsprong.

Ook een koers staat me bij dat ik lek reed en geen reservefiets bij me had. Ik kreeg een gewone kinderfiets. Daar heb ik een ronde op gereden voordat ik mijn racefiets weer terugkreeg. Ik ging door de eerste bocht en het peloton door de laatste bocht. In de laatste ronde sloot ik weer aan in het peloton en won uiteindelijk die koers nog in een massasprint.

1982 – Parijs-Nice

Op welke prestaties als ploegleider van Tempo ben je het trotst?

Verenigingen als Het Snelle Wiel, TWC de Kempen, TWC Pijnenburg, De Dommelstreek timmerde van oudsher in regio Zuid-Oost Nederland vooral de weg. Tempo was wat kleiner en wellicht wat minder ambitieus. Tempo heeft ook geen jeugdteams om vandaaruit de renners de kans te geven om door te groeien. In 2015 heeft het bestuur van TWC Tempo besloten om de focus op de Elite/Belofte te gaan leggen. Ze spraken de ambitie uit om bij de topclubs van Nederland te willen gaan horen. Vanuit die visie werd ik benaderd om hier gestalte aan te geven.

Als je dan 5 jaar later kijkt dan denk ik dat die missie is geslaagd. Er rijden twee Brabantse clubs in de Topcompetitie, De Jonge Renner en wij. Andere verenigingen hebben de handen ineen moeten slaan om nog voldoende renners aan de start te kunnen krijgen in de grotere koersen. Ik juich die samenwerking overigens van harte toe, maar neemt niet weg dat ik er trots op ben dat wij ook dit jaar weer een sterk team van 23 renners op de been hebben staan. De meeste renners hebben wel een mooie ontwikkeling doorgemaakt en mooie resultaten bereikt. Zonder de anderen tekort te doen, springen Jasper de Laat en Jos Koop hier wel bovenuit. Jos heeft inmiddels twee wedstrijden van de clubcompetitie gewonnen en daarnaast ook ereplaatsen behaald. Jasper kreeg in 2016 in de gaten dat er meer in zat dan criteriumrenner te zijn. Zijn 2e plaats in de Omloop der Kempen zorgde voor die omslag. Het gevolg was het hij onder andere de Tour de L’avenier en het Europees Kampioenschap mocht rijden als clubrenner. Zeer uniek. Jammer dat ten gevolge van een val, waarbij hij zijn heup brak, niet de kans heeft gekregen om zich te bewijzen bij de beroepsrenners.

We vallen ook op bij de ploegleiders van Continentale teams. De contacten zijn goed, dus als er weer een renner is die de kwaliteiten heeft, is het contact snel gelegd. Uiteindelijk is dat ook het doel: renners naar een hoger echelon in de wielersport brengen. Overigens mag Robin Wennekes ook niet worden vergeten. Robin werd in 2016 Nederlands Kampioen bij de Elite Zonder contract in de trui van TWC Tempo. Dat is natuurlijk ook iets om trots op te zijn. In dat jaar won hij ook een wedstrijd in de clubcompetitie.

Maar ik ben ook trots op onze beloften. Het is geweldig om te zien hoe ze zich ontwikkelen als coureur. Fijn ook dat ze in de koers begeleid worden door de ervaren renners van ons team. Dat is elk jaar weer een stimulans voor andere beloften om zich bij TWC Tempo aan te sluiten. Zij zien natuurlijk ook hoe hun collega beloften progressie maken bij ons clubje.

Waar hard voor wordt getraind op initiatief van Hans – NCK 2019

Wat zijn jouw ambities voor de ploeg voor komend seizoen?

Als Corona ons niet te veel in de weg zit, rijden we een mooi programma. Er stonden vier etappewedstrijden op het programma, waaronder Olympia’s Tour. Deze gaat helaas niet door maar er is nog hoop voor etappewedstrijden in België, Frankrijk en Tsjechië. Daarnaast rijden we Top- en Clubcompetitie en vrije klassiekers. Ook mogen we waarschijnlijk enkele wedstrijden van de Holland Cup rijden.

Verder gaan we weer wekelijks trainen voor de ploegentijdrit. Sinds die trainingen presteren we steeds beter in die discipline. Bijkomend voordeel is, dat door deze trainingen de renners ook op individueel niveau beter worden.

Doel is natuurlijk dat we ons willen handhaven in de Topcompetitie en bij de topclubs van Nederland willen blijven horen. Natuurlijk willen we weer koersen winnen. Dat is altijd mooi om mee te maken en daar doen we het uiteindelijk ook voor.

1982- april Ronde van Drenthe 1e
1977- 18 september Eindhoven
1982 – proloog Olympia’s Tour
Renner in de schijnwerpers – Paul Gruithuijzen

Renner in de schijnwerpers – Paul Gruithuijzen

Om jullie in deze gekke tijden nog steeds van verhalen te voorzien, interviewen we wekelijks een renner of begeleider. Afgelopen weken hebben we Jasper, Bart, Robin, Thomas, Jeffrey, Xavier, Arne, Kelvin en Mario al geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Paul Gruithuijzen. Paul is 23 jaar oud, woont in Son en Breugel en is al 11 jaar actief in de wielersport. Van deze 11 jaar, rijdt hij dit jaar zijn tweede seizoen voor Tempo Hoppenbrouwers-VIRO.

Jaarlijks rijdt Paul zo’n 16.000 kilometer rond op zijn fiets. Hij heeft dan inmiddels ook heel wat mooie momenten meegemaakt. Om een beter beeld van Paul te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

Hoe ben je met het wielrennen begonnen?

Mijn vader heeft vroeger altijd gekoerst en fietst nog altijd. Omdat bij ons thuis veel wielrennen werd en wordt gekeken, werd mijn interesse al snel gewekt. Na een paar jaar vragen en zelf wat rondjes fietsen ben ik in 2010 bij een club wedstrijden gaan rijden. Vervolgens heb ik vanaf jeugdcategorie 6 alle categorieën doorlopen.

Welke disciplines van de wielersport beoefen je en waar gaat je voorkeur naar uit?

Ik heb tot 2 jaar geleden altijd de combinatie wegwielrennen en veldrijden gedaan. Maar in de cross liep ik vaak blessures op waar ik lang last van hield waardoor ik heb besloten dat eigenlijk niet meer in wedstrijdverband te doen. Nu rijd ik dus vooral wedstrijden op de weg.

Wie is jouw voorbeeld in de wielersport?

Toen ik begon met koersen kwam Steven Kruijswijk eigenlijk net kijken bij de profs. Aangezien hij uit Nuenen komt en van de club kwam waar ik destijds reed, keek ik daar toen heel erg tegen op.

Hoe ziet een trainingsweek er voor jou uit en wat zijn jouw favoriete fietsritten?

Maandag is meestal de hersteldag, dinsdag en donderdag besteed ik aan intensievere ritten en woensdag en het weekend probeer ik de uren te maken. Het liefst rijd ik de langere ritten waar je echt nieuwe wegen en gebieden leert kennen.

Tijdens welke koers of training heb je echt het allermeest afgezien?

In de Hel van Voerendaal in 2018 voor de clubcompetitie. Daar ben ik boven gekomen op de Fromberg, heb 1 trap gedaan en ben op de buis naar beneden gerold. Na de finish heb ik niet veel meer meegekregen van wat er om me heen gebeurde.

Op welke prestaties ben je het trotst?

Het winnen van de 24hr van Le Mans met het Sarto team is het gaafste wat ik tot nu toe op de fiets heb meegemaakt. Het was een hele speciale ervaring om daar op het circuit te mogen koersen.

Wat zijn jouw wielerambities voor komend seizoen?

Na een jaar met weinig koersen is het moeilijk in te schatten waar ik sta. Maar ik zou graag mezelf in de topcompetitie willen tonen en vooraan mee willen doen in de clubcompetitie.

Trainingsdag op afgesloten parcours

Trainingsdag op afgesloten parcours

Vandaag mochten we eindelijk na een lange tijd weer gezamenlijk trainen!

Helemaal volgens de coronamaatregelen hebben we op een afgesloten parcours met 15 renners van onder de 27 jaar weer gezamenlijk gefietst. Door de grote behoefte aan competitie, hebben we besloten om een trainingswedstrijdje te rijden van zo’n 80 kilometer, waarbij de gemiddelde snelheid op het bochtige parcours al boven de 41,5 km/u lag. De winst ging naar Jasper de Laat!

Renner in de schijnwerpers – Mario Silva

Renner in de schijnwerpers – Mario Silva

Om jullie in deze gekke tijden nog steeds van verhalen te voorzien, interviewen we wekelijks een renner of begeleider. Afgelopen weken hebben we Jasper, Bart, Robin, Thomas, Jeffrey, Xavier, Arne en Kelvin al geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Mario Silva. Mario is 28 jaar oud, woont in Den Bosch en komt uit het zonnige Portugal. Mario is nu al vijf jaar actief in de wielersport, waarbij hij dit jaar zijn derde seizoen rijdt in de kleuren van Tempo Hoppenbrouwers-VIRO.

Jaarlijks rijdt Mario ruim 20.000 kilometer. Deze kilometers worden zowel buiten op de racefiets als binnen in de virtuele wereld van Zwift gereden. Zo reed Mario afgelopen winter ook mee tijdens de Beneliga, de grootste e-racing wedstrijd van de Benelux. Om een beter beeld van Mario te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

Hoe ben je met het wielrennen begonnen?

Voordat ik begon met fietsen heb ik 18 jaar Taekwondo gedaan op topniveau. Echter heb ik deze sport in 2016 ingeruild voor de fiets. In eerste instantie was dit vooral bedoeld om mijzelf fietsend gezond te houden en om te genieten van het fietsen. Met de tijd is mijn interesse gegroeid en daardoor heb ik een aantal Grand Fondos gereden.

In 2018 heb ik de kans gekregen om de XCO-wedstrijd te rijden tijdens het universitair WK in mijn geboorteplaats Braga in Portugal. Tijdens deze wedstrijd heb ik vrienden gemaakt die mij later hebben geholpen om een ploeg in Nederland te vinden. TWC Tempo heeft mij de kans gegeven om mijn wieleravontuur voort te zetten in Nederland.

Welke disciplines van de wielersport beoefen je en waar gaat je voorkeur naar uit?

Meestal rijd ik op mijn racefiets in Nederland. Als ik in Portugal op vakantie ben, wil ik de mountainbike ook nog wel eens pakken. Hiermee rijd ik dan vooral wedstrijden.

Je bent begonnen met fietsen in Portugal. Hoe verschilt dat van het fietsen in Nederland?

Toen ik in Portugal woonde heb ik een aantal wedstrijden gereden, wat zeker anders is dan in Nederland. In Portugal rijden wij meer Grand Fondos en wedstrijden op de mountainbike. Wielrennen op de weg is vooral voor profs, waardoor het ook erg moeilijk is om daar binnen een ploeg wedstrijden te mogen rijden. Dit geldt vooral als je op latere leeftijd pas begint met fietsen, zoals dat voor mij geldt.

Vergeleken met Nederland heeft eigenlijk iedere wedstrijd minimaal 1000 hoogtemeters. Daarnaast worden er bijna nooit criteriums georganiseerd. In Nederland zijn alle wedstrijdrenners superfit en explosief, waardoor ik in eerste instantie moeite had om mee kunnen doen. Echter heeft deze manier van rijden me nu beter en sterker gemaakt.

Betreft het weer is het fantastisch om in Portugal te fietsen. Het is eigenlijk altijd lekker weer met temperaturen tussen de 15 en 40 graden Celsius tijdens het wielerseizoen. In Nederland is het altijd koud, winderig en regenachtig op alle vlakke wegen.

Hoe ziet een trainingsweek er voor jou uit?

Ik train zes dagen per week, waarbij ik minimaal 1,5 uur per dag op de fiets zit. Via het onlineprogramma TrainingPeaks krijg ik een trainingsplan van mijn coach uit Portugal. Ik heb geen voorkeur voor specifieke trainingen. Alles vind ik leuk op de herstelritjes na, want dat gaat me te langzaam ;).

Als ik in Portugal ben probeer ik altijd om zo veel mogelijk kilometers en hoogtemeters te maken. Daar heb ik ook veel collega renners voor waaraan ik mezelf kan meten en beter mee kan worden.

Ben je bezig met voeding en heb je favoriete gerechten voor en na de koers?

Ik denk dat eten erg belangrijk is. Hierdoor probeer ik ook altijd om gezond te eten in bijvoorbeeld de vorm van fruit, havermout, rijst en pasta. Tijdens trainingen eet ik zoveel mogelijk hetzelfde als dat ik ook tijdens wedstrijden zou doen.

Op welke prestaties ben je het trotst?

Om te beginnen ben ik twee keer Portugees kampioen geworden tijdens het universitair NK. Maar nog trotser ben ik op hoe ver ik tot nu toe ben gekomen met het fietsen. Elk jaar word ik sterker, wat met een fulltimebaan als verpleegkundige niet altijd makkelijk is.

De vetste uitdaging die ik ooit gedaan heb was een solo rit van 244 kilometer met meer dan 6000 hoogtemeters om naar de Vuelta te kijken in 2016 toen ik in Portugal was.

Hoe zie je je wielertoekomst?

Ten eerste ik wil mijn vermogenswaardes verhogen. Daarna wil ik langere wedstrijden rijden en de ploeg helpen om podiumresultaten te behalen. Door de coronacrisis is het wat moeilijker om plannen voor wedstrijden te maken, maar dit jaar wil ik ook proberen om het Portugese kampioenschap te rijden.

Renner in de schijnwerpers – Kelvin Kanen

Renner in de schijnwerpers – Kelvin Kanen

Om jullie in deze gekke tijden nog steeds van verhalen te voorzien, interviewen we wekelijks een renner of begeleider. Afgelopen weken hebben we Jasper, Bart, Robin, Thomas, Jeffrey, Xavier en Arne al geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Kelvin Kanen. Kelvin is 20 jaar oud, woont in Bergeijk en is al vijf jaar actief in de wielersport. Dit seizoen rijdt Kelvin zijn derde seizoen voor Tempo Hoppenbrouwer-VIRO.

Naast zijn studie aan de hogeschool, zit Kelvin jaarlijks 20.000 kilometer op de fiets. Deze vele trainingskilometers hebben zich al duidelijk uitbetaald. Zo won Kelvin in 2019 zelfs het districtskampioenschap op de weg én op de tijdritfiets in een week tijd. Om een beter beeld van Kelvin te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

Hoe ben je met het wielrennen begonnen?

Mede dankzij Roy Dirven ben ik in 2015 begonnen met wielrennen. Roy was een jaar voor mij begonnen. Voordat ik actief werd in de wielersport heb ik lang gevoetbald.

Welke disciplines van de wielersport beoefen je en waar gaat je voorkeur naar uit?

Met alle disciplines in de wielersport ben ik wel eens in aanraking gekomen. Mijn voorkeur gaat uit naar wegwielrennen en tijdrijden, maar in de winter wil ik ook nog zeker wel eens met de mountainbike op pad gaan.

Wat is jouw specialiteit op de fiets?

Ik ben sprinter, een proloog ga ik ook niet uit de weg.

Hoe ziet een trainingsweek er voor jou uit en wat zijn jouw favoriete trainingsritten?

Ik train zo’n 20 tot 30 uur in de week (vooral in de winter, volume weken). Dan zit ik vooral op de fiets en 1 à 2 dagen per week zit er krachttraining tussen. Natuurlijk ook met de benodigde rust.

Tijdens welke koers of training heb je echt het allermeest afgezien?

Tijdens de tijdrit op de Camerig, dit was een Topcompetitie wedstrijd. Ik heb naderhand zeker 5-10 min stilgezeten en niks kunnen doen.

Op welke prestaties ben je het trotst?

Een 13e plaats op NK tijdrijden, 12e tijdens de proloog van het Internationaal Beloften Weekend (U23) en mijn districtskampioenschappen in 2019 op zowel de weg als op de tijdritfiets.

Wat zijn jouw wielerambities voor komend seizoen?

Mijn sprint en tactiek zo verbeteren dat ik mee kan doen voor de winst.

Renner in de schijnwerpers – Arne Jacobs

Renner in de schijnwerpers – Arne Jacobs

Om jullie in deze gekke tijden nog steeds van verhalen te voorzien, interviewen we wekelijks een renner of begeleider. Afgelopen weken hebben we Jasper, Bart, Robin, Thomas, Jeffrey en Xavier al geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Arne Jacobs. Arne Jacobs is 23 jaar oud en nog helemaal nieuw in de wielersport. Dit seizoen rijdt Arne, als eerstejaars elite, zijn eerste seizoen voor Tempo Hoppenbrouwer-VIRO.

Ondanks dat Arne pas twee jaar echt actief is binnen de wielersport, rijdt hij jaarlijks al wel 20.000 kilometer. Aangezien Arne in Maastricht woont, kan hij genieten van de mooiste klimmetjes die te vinden zijn binnen Nederland. Het is dan ook geen wonder dat hij bergop erg goed mee kan. Om een beter beeld van Arne te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

Hoe ben je met het wielrennen begonnen?

Tot en met het einde van mijn middelbareschooltijd heb ik altijd gevoetbald. In de lagere leeftijdscategorieën speelde in de verdediging. Later werd ik vanwege mijn grote loopvermogen voornamelijk opgesteld als centrale middenvelder.

Toen ik startte met mijn studie aan de Technische Universiteit, ben ik verhuisd naar Eindhoven. Ik ging in de winter altijd graag hardlopen om mijn conditie te onderhouden en heb toen enkele keren meegetraind bij de studenten atletiekvereniging. Dit ging al snel erg goed en mijn talent voor duursport heb ik hier ontdekt. Na een half jaar liep ik al 15.50 op de 5000 meter, gemotiveerd door de snelle progressie hoopte ik de hierop volgende jaren verdere stappen te kunnen maken in de atletiek. Ik liep nog mooie tijden op de 10km, 15km en 10 Engelse mijl. Maar heb mede door blessureleed nooit de (beloofde) potentie van mijn eerste half jaar kunnen waarmaken.

Ik heb de fiets ontdekt als alternatieve training voor mijn hardloopblessures. Al snel kwam ik er achter dat fietsen nog mooier is dan hardlopen. Omdat je met de fiets veel verder van huis komt, zie je veel van de mooie omgeving die Nederland en andere landen te bieden hebben. Na een half jaar (inmiddels voorjaar 2019) wielrennen besloot ik een keer een wielerkoers te rijden. Ik deed mee aan een wedstrijd in de Studentencup, de Ronde van Wolder. Het was een korte omloop van een paar kilometer met een pittig klimmetje erin. Ik wist nog niet veel van koerstactiek, maar toch werd ik hier derde (weliswaar tussen de niet-licentiehouders), puur op karakter en fysiek vermogen. De liefde voor de koers was geboren.

De daaropvolgende zomer reed ik nog enkele rondjes om de kerk met mijn KNWU-basislicentie. Ook al zijn explosieve criteriums niet echt mijn ding, ik moet het hebben van het betere klim- en brommerwerk, reed ik redelijk wat ereplaatsen. Na de zomer van 2019 ging ik voor mijn opleiding stagelopen in Haguenau, een plaatsje in de buurt van Frankrijk. Hier reed ik een rondje mee met de recreatieve fietsers van de lokale fietsclub. Toevallig reed die dag ook Pierre-Henri, meervoudig kampioen van de regio Grand-Est in Frankrijk, mee. Onder indruk van mijn klimvermogen nodigde hij me uit mee te trainen met de wielerploeg van Haguenau, UCH. In 2020 heb ik mijn afstudeerproject in Frankrijk gedaan in combinatie met wielrennen voor UCH. Ondanks de coronacrisis heb ik hier ruim 10 weken twee keer per weekend koersen kunnen rijden in de periode tussen augustus en oktober. Ondanks dat de grote wedstrijden geen doorgang vonden en ik mezelf niet heb kunnen testen in zware klim-parcours heb ik hier veel ervaring opgedaan.

Welke disciplines van de wielersport beoefen je en waar gaat je voorkeur naar uit?

Ik rijd voornamelijk op de weg op de racefiets. Als het in de winter slecht weer is, neem ik wel eens de mountainbike en ga ik de bossen in. Als het kan rijd ik echter het liefst op de weg!

Vorig jaar reed je koersen bij een Franse ploeg en sinds dit jaar rijd je voor Tempo. Waarom kom je naar ons?

Nadat mijn stage en afstudeerperiode voorbij was heb ik besloten weer terug naar Nederland te verhuizen. Dat ik door wilde gaan met wielrennen stond vast. Ik ben in Nederland op zoek gegaan naar een ploeg waar ik me verder kan ontwikkelen en nog stappen kan maken.

Nadat ik met Hans had gesproken, was ik overtuigd dat de renners bij Tempo een mooi programma rijden met een aantal grote wedstrijden en mooie meerdaagse koersen. Ook de mix van jonge jongens en ervaren renners waar ik van kan leren sprak me aan.

Hoe ziet een trainingsweek er voor jou uit en wat vind je het mooist om te doen?

In een typische trainingsweek trap ik tussen de 500 en 600 kilometer weg. Die week bestaat uit 2 keer een 2-daags blok. Op woensdag/donderdag en zaterdag/zondag. Bij deze 2-daagse blokken bestaat één training uit intervallen/blokjes en is de andere meestal een lange duurtraining. De overige dagen van de week zijn ingevuld met ondersteunde trainingen zoals herstelritjes en kracht/coretraining.

Als liefhebber van de lange, zware inspanningen vind ik de lange duurtrainingen of trainingen met lange intervallen het leukste!

Ben je bezig met voeding en heb je favoriete gerechten voor en na de koers?

Eten en fietsen zijn voor mij onlosmakelijk verbonden. Ik ben dol op eten! Zowel koken en vooral het consumeren. Ik hou ervan gezond te eten en ben altijd erg geïnteresseerd in hoe voeding (voor tijdens en na trainingen) je prestaties kan optimaliseren.

Ik heb niet echt favorieten gerechten, maar wel één favoriet ingrediënt: PINDAKAAS. Ik eet pindakaas met werkelijk alles: de havermout in de ochtend, kwark met muesli in de avond en op de rijstwafels als snack.

Op welke prestaties ben je het trotst?

Dat moet wel mijn KOM op de Grand Wintersberg in Niederbronn les Bains zijn. Dit is de vaste testklim van onze ploeg in Frankrijk en de meest prestigieuze in de omgeving. Hij is met 6 km aan 6% niet extreem lang maar genoeg om binnen 13 minuten helemaal kapot te gaan. Dat dé klim in deze omgeving waar al zo veel jongens op zijn stukgegaan, nu in Nederlandse handen is maakt me erg trots.

Hopelijk komt er snel een mooi resultaat in een Nederlandse klimklassieker waar ik trots op kan zijn.

Wat wil je komend jaar seizoen super graag leren, met behulp van de anderen bij Tempo?

Ik heb van veel jongens gehoord dat de Nederlandse koersen behoorlijk zenuwachtig zijn. Ik hoop dit jaar vooral te leren om deze (Nederlandse) klassierkers goed te rijden en een koers af te maken zonder finish bergop.

Renner in de schijnwerpers – Xavier Poels

Renner in de schijnwerpers – Xavier Poels

Om jullie in deze gekke tijden nog steeds van verhalen te voorzien, interviewen we wekelijks een renner of begeleider. Afgelopen weken hebben we Jasper, Bart, Robin, Thomas en Jeffrey al geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Xavier Poels. Xavier is 23 jaar oud, woont in het Brabantse Oeffelt en is inmiddels 7 jaar actief in de wielersport.

Xavier rijdt sinds vorig seizoen in de kleuren van TWC Tempo. De kans is groot dat je hem eens voorbij ziet komen, want jaarlijks trapt hij zo’n 20.000 kilometer weg! Om een beter beeld van Xavier te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

Hoe ben je met het wielrennen begonnen?

Mijn vader was vroeger profwielrenner. Hierdoor werden eigenlijk alle wielerwedstrijden thuis nog steeds op televisie gevolgd, wat ook direct mijn interesse trok. Door deze interesse ben ik in de sport gerold.

Mijn eerste kilometers reed ik op een rode Duel, wat ik mij nog erg goed weet te herinneren. In het begin was ik naast het fietsen ook nog actief als voetballer bij de lokale voetbalvereniging. Op mijn 15e ben ik gestopt met voetballen en vanaf dat moment ben ik mij ook volledig gaan concentreren op het wielrennen. Als 2e-jaars Nieuweling reed ik mijn eerste koers.

Welke disciplines van de wielersport beoefen je en waar gaat je voorkeur naar uit?

Mijn voorkeur gaat uit naar het wegwielrennen, maar als het in de winter koud is ben ik ook regelmatig in het bos op de mountainbike te vinden. Gedurende de hele zomer fiets ik bijna altijd op de weg, waar ik zo veel mogelijk koersen probeer te rijden. In de winter wil ik dan ook nog wel eens deelnemen aan een wedstrijd op de mountainbike, maar dat is dan vooral als voorbereiding op het wegseizoen.

Wat is jouw specialiteit op de fiets?

Ik concentreer me veel op het tijdrijden. Dit zorgt er dan ook voor dat ik regelmatig op mijn tijdritfiets rijd om aan deze specifieke houding te wennen. Daarnaast rijd ik makkelijk een heuvel omhoog en sprinten gaat me ook goed af.

Hoe ziet een trainingsweek er voor jou uit en wat zijn jouw favoriete fietsritten?

Ik probeer 4 tot 5 keer per week op de fiets te zitten. Momenteel rijd ik veel duurtrainingen, maar dat wordt naarmate het seizoen nadert afgewisseld met specifieke intervaltrainingen. Daarnaast ben ik in de winter een paar keer per week terug te vinden in de sportschool om daar krachttraining te doen. Dagelijks probeer ik ook rekoefeningen te doen.

Wie is jouw voorbeeld als renner?

Mijn voorbeeld als renner is Tom Dumoulin. Tom Dumoulin kan goed tijdrijden en bergop kan hij ook erg goed mee. Tom is pas op zijn 15e begonnen met wielrennen en is een van de beste wielrenners van Nederland geworden. Ik ben ook pas op mijn 16e begonnen met wedstrijden rijden en het tijdrijden en bergop rijden gaat me ook goed af. Tom Dumoulin is altijd nuchter gebleven en dat spreekt me aan.

Op welke prestaties ben je het trotst?

In 2019 werd ik 12e op het NK tijdrijden en 3 dagen later werd ik 14e in de wegwedstrijden tijdens het NK. Dit is tot nu toe eigenlijk de beste week uit mijn wielercarrière geweest en daarom ben ik op deze twee prestaties ook het meest trots.

Wat zijn jouw wielerambities voor komend seizoen?

Ik wil mezelf verder ontwikkelen in het tijdrijden en het bergop fietsen. Het NK tijdrijden is dit jaar ook weer een belangrijk doel en daarnaast vind ik de wedstrijden in de Topcompetitie ook belangrijk. In de Arden Challenge wil ik mezelf dit jaar ook laten zien en ook in de andere meerdaagse wedstrijden die wij als club dit jaar gaan rijden.

Doortrainen in de sneeuw

Doortrainen in de sneeuw

Afgelopen weken lag er een flink pak sneeuw in heel Nederland en hebben onze renners goed doorgetraind! Middels verschillende trainingen op de mountainbike, veldritfiets, Zwift, wandelend, hardlopend, langlaufend en op de schaatsen zijn toch flink veel kilometers afgelegd en is de conditie goed onderhouden. Bijgaande foto’s zijn door verschillende renners afgelopen week gemaakt.