Nieuws

2e plaats voor TWC Tempo in het ploegenklassement na de Zuiderzee Ronde

2e plaats voor TWC Tempo in het ploegenklassement na de Zuiderzee Ronde

Zaterdag 17 juli vond de eerste wedstrijd van de clubcompetitie plaats, namelijk de zeer goed georganiseerde Zuiderzee Ronde. Een wedstrijd die in het verleden al eens werd gewonnen door Temporenner Jos Koop. Aan de start stonden namens TWC Tempo Hoppenbrouwers-VIRO Jasper de Laat, Bart Vreugdenhil, Paul Gruithuijzen, Wessel Coppelmans, Mike Vliek en Frank Stijger.
Omdat er een Noorden windkracht 3 stond, werd het parcours vooraf goed bestudeerd. Ook de gravelstrook na 3 km zou een scherprechter kunnen zijn. De tactiek was dus om vooraan te starten en, indien mogelijk, het peloton samen met enkele andere ploegen op een waaier trekken om zodoende een eerste schifting te maken. Helaas liep het iets anders. Wessel reed lek en Frank kwam ten val waardoor een groep van 22 renners een voorsprong namen van maximaal 35 seconden. In de langdurende achtervolging sloten eerst Jasper, Bart en Mike aan, later gevolgd door Paul en Frank. Wessel had zijn inspanningen om terug te komen met kramp moeten bekopen en moest helaas de koers verlaten. Bij de 2e ontsnapping van 17 renners was Bart vertegenwoordigd. Deze groep zou uiteindelijk een voorsprong krijgen van ruim 2 minuten. In die groep was de IJselstreek sterk vertegenwoordigd met 4 renners. Uiteindelijk reden zij de groep ook helemaal uit elkaar, waardoor Bart terugviel in het peloton waar Jasper, die de dag ervoor nog keurig 2e was geworden in een wedstrijd in Philippine, met nog een renner inmiddels was ontsnapt om het gat met de resterende 11 vluchters te dichten. Dat lukte net niet, maar hierdoor sloot het peloton wel weer aan bij 7 vluchters. In de spint om de 5e plaats werd Jasper keurig 8e, Frank 14e en de moegestreden Mike, die de week ervoor met koorts op bed had gelegen, 28e. Bart werd net achter het peloton 44e. Paul had de koers na circa 110 km verlaten vanwege kramp. Al met al een goed resultaat als collectief en fantastisch om te zien dat het team in de breedte zeer goed presteert. Dit leverde een 2e plaats op in het ploegenklassement. Wederom een positieve opsteker na de 3e plaats in het ploegenklassement van de omloop der Kempen, een wedstrijd uit de topcompetitie.
Van 29 juli tot en met 1 augustus gaan 2 teams van 6 renners rijden in de zware ronde van Vysocina in Tsjechië. Dit is meteen een mooie voorbereiding op het naseizoen, wat helemaal vol is gepland omdat veel wedstrijden naar achteren zijn geplaatst.
Jasper wint de Ronde van Standdaarbuiten

Jasper wint de Ronde van Standdaarbuiten

Vandaag 11-7-21 was het tijd voor de 1e echte criterium in Standdaarbuiten. Voor Tempo Hoppenbrouwers Viro stonden aan de start: Jos Koop, Jasper de Laat, Robin van Poppel en Frank Stijger.

Met 120 man aan de start was het wel duidelijk dat iedereen weer zin heeft om te koersen.
Het tempo lag vanaf het begin hoog. Mede door een aanval van Frank Stijger de 1e ronde. Helaas kreeg die geen ruimte van het peloton. Met het 3 ronde klassement reden er 3 renners weg en pakten een gat van 10 seconden. Jasper en Jos probeerden een aantal keer er naartoe te rijden zonder resultaat. Uiteindelijk werd de groep toch teruggepakt en reed Jasper na ruim een half uur koers weg met een groep van 7 man. Vanuit het peloton probeerde nog verschillende groepjes de oversteek te maken met onder andere Jos. Zonder resultaat. De groep van 7 bouwde de voorsprong uit tot 1 minuut. De laatste 5 rondes werd er gedemareerd en splitste de groep in 3 man en 4 man. Jasper zat in het 2e gedeelte maar kwam met nog 1 renner net voor de laatste ronde aansluiten bij de 3 vooraan. Met 5 man gingen ze sprinten voor de overwinning en Jasper pakte de overwinning en pakt zo de 1e echte koers van het jaar.

Op naar nog meer overwinningen!

Omloop der Kempen 2021

Omloop der Kempen 2021

Zondag 4 juli vond de eerste wedstrijd van de topcompetitie plaats. TWC Tempo Hoppenbrouwers-VIRO is een van de 18 vaste deelnemers in deze competitie. Deze startplek is verdiend omdat in de clubcompetitie 2019 zeer goed is gepresteerd. In 2020 is het seizoen natuurlijk grotendeels in duigen gevallen, waardoor Tempo ook in 2021 startgerechtigd is.
Half juni hadden 4 beloften van Tempo het Nederlands Kampioenschap gereden. Frank Stijger en Mike Vliek finishten keurig in de groep. Voor Bart Artz en Kelvin Kanen duurde de koers helaas te lang. Verder hadden de renners van Tempo geen koersen in de benen in tegenstelling tot veel continentale ploegen, die wel mochten starten in UCI wedstrijden in Europa.
Wel heeft Tempo een 10 tal trainingswedstrijden georganiseerd en wordt er wekelijks getraind op de ploegentijdrit. Op deze manier wordt in elk geval iets van koersritme opgebouwd.
De tactiek werd daarom vooraf ook bepaald op basis van deze gegevens. Gelet op het weertype werd verwacht dat er een groep van een man of 14 weg zou rijden. Er zou maximaal een renner van Tempo meeschrijven. De andere zouden zich zoveel mogelijk sparen en vooral alert zijn bij de 2 lange kasseienstroken bij Hulsel. Maar met name in de laatste 20 km op de plaatselijke ronden zou gekoerst gaan worden.
Zoals voorspeld ontstond er inderdaad een kopgroep. Helaas was daar niemand bij aanwezig. Ondanks dat deze groep een maximale voorsprong van 2 minuut en 30 seconden zou nemen, is er nooit gepanikeerd en vastgehouden aan het koersplan.
Na de 2 doorkomst op de kasseien liep de voorsprong zienderogen achteruit. Net voor het opdraaien van de plaatselijk ronde, waren er nog 2 renners van die oorspronkelijk kopgroep over. Het moment voor Jasper de Laat om de oversteek te maken. Tot 500 meter voor de finish leek het erop dat Jasper zou kunnen sprinten voor de overwinning. Helaas kwam het peloton er op het laatste moment nog net overheen. Jammer, maar ondanks dat haalde hij er nog een keurige 21e plaats uit. Jos Koop, die net als de andere renners attent van voren had gereden werd uiteindelijk 14e. Mike Vliek werd mooi 18e. Genoeg om de 3e plaats in het ploegenklassement in de wacht te slepen. Frank Stijger eindigde net achter het peloton op de 63e plaats, maar hij had zijn kansen opgeofferd om de andere renners nog naar voren te brengen. Kelvin, die werd uiteindelijk 94e. Hij had de hele dag attent gekoerst, maar kwam op de plaatselijk ronde de man met de hamer tegen. Bart Artz werd bevangen door de kou tijdens de harde regenbui. Enigszins teleurgesteld moest hij afstappen. Ook Wessel Coppelmans reed de koers niet uit. Op het verkeerde moment reed hij lek, waardoor terugkomen onbegonnen werk was. Al bij al hebben de renners van TWC Tempo Hoppenbrouwers-VIRO een uitstekende prestatie verricht, getuigen ook de velen complimenten die door velen werden uitgedeeld.
Clubkampioenschappen T.W.C.Tempo Hoppenbrouwers-VIRO 2021

Clubkampioenschappen T.W.C.Tempo Hoppenbrouwers-VIRO 2021

Onder warme weersomstandigheden organiseerde TWC Tempo Hoppenbrouwers-VIRO zondag 27 juni het open clubkampioenschap van 2021 op het wielerbaantje van Valkenswaard. Zo’n 40 deelnemers uit de regio namen hieraan deel. Deze wedstrijd was tevens de kwalificatiewedstrijd voor de omloop der Kempen op zondag 4 juli aanstaande. 5 plaatsen waren al toegezegd, nog 2 plaatsen moesten verdiend worden. Op diezelfde dag rijdt er ook een team de 2 districtenpijl Ekeren-Deurne. Hier waren nog 6 plaatsen te verdienen. Kortom: voor de renners stond er heel wat op het spel, hetgeen in het koersverloop ook goed terug was te zien.
De elite en beloften reden hun wedstrijd over 2 uur en 5 ronden. Dit komt overeen met een kleine 100 km. De amateurs reden 1,5 uur en 5 ronden.
In het begin van de wedstrijd waren Kelvin Kanen en Bart Artz zeer actief en organiseerde diverse uitlooppogingen. Vanwege de hoge snelheden, was niet de gewenste kloof te slaan. Elke keer kwam het peloton weer terug. Aan de achterkant moesten wel diverse renners lossen waardoor de finale met circa 25 renners werd betwist. Nadat de amateurs waren afgesprint en Thomas Rieff in een spannende sprint Peter de Winter versloeg, probeerde Bart Vreugdenhil met een solovlucht de overwinning te pakken. Hij kreeg een maximale voorsprong van 25 seconden. Maar ook hier liet het peloton niet begaan. In de finale waren nog diverse uitlooppogingen, waarbij onder andere Jasper de Laat, Mike Vliek, Jos Koop, Kelvin Kanen, Bart Artz, Bart Vreugdenhil bij betrokken waren. Ook deze werden door het peloton teniet gedaan. Een uiterste poging van Leo Doyle, die speciaal voor deze wedstrijd was overgekomen uit Ierland, werd ook in de kiem gesmoord. In een spannende eindsprint pakte Jos Koop de overwinning voor Jasper de Laat en Bart Artz. Jos Koop werd clubkampioen bij de elite, Bart Artz bij de beloften en Thomas Rieff bij de amateurs.
Elite:
1 Jos Koop
2 Jasper de Laat
3 Bart Vreugdenhil
Beloften:
1 Bart Artz
2 Wessel Coppelmans
3 Mike Vliek
Amateurs:
1 Thomas Rieff
2 Peter de Winter
3 Jenco van Drost
Het is weer koers!

Het is weer koers!

Voor onze Ierse renner Leo Doyle was het afgelopen zondag dan eindelijk zo ver! Leo reed zijn eerste grote klassieker van dit seizoen in zijn thuisland, Ierland. De prestigieuze Noel Taggert klassieker van maar liefst van 130 kilometer heeft getoond dat hij dik in orde is.

Het openingsuur van de race was erg zenuwachtig met veel crashes en chaos met auto’s op de weg. Het was goed te zien dat alle renners er weer zin in hadden, want de race ging hard van start, waardoor alle aanvallen kansloos waren. In de voorlaatste ronde viel Leo aan, waar hij meer dan 20 seconden voorsprong kreeg. Helaas werd hij teruggepakt op het snelle parcours en de diverse teams die samenreden. Met nog 7 kilometer te gaan probeerde Leo, samen met vier sterke renners, nogmaals te ontsnappen. Echter was deze poging helaas ook niet gelukt, omdat het Team Caldwell niet vertegenwoordigd was in de kopgroep en het gat gezamenlijk hebben gedicht.

In de sprint, met snelheden boven de 65 km/u, heeft Leo een keurige 8e plaats behaald. Bij de beloftencategorie werd het 2e.

Renner in de schijnwerpers – Niels Ruijter

Renner in de schijnwerpers – Niels Ruijter

Afgelopen weken hebben we al diverse renners en onze ploegleiders geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Niels Ruijter. Niels is 24 jaar oud, woont in Amsterdam en heeft 12 jaar geleden zijn intrede gedaan in de wielersport. Inmiddels rijdt hij zijn derde seizoen bij de eliteploeg van TWC Tempo Hoppenbrouwers-VIRO.

Niels is erg druk, want naast de 15.000 kilometer die hij jaarlijks op de fiets zit, is hij ook bezig met zijn master natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Omdat Niels daarom in Amsterdam woont is hij ook vaak te zien in de kleuren van SKITS, de studenten wielervereniging van Amsterdam. Om een beter beeld van Niels te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

Hoe lang ben je al actief in de wielersport?

Ik ben begonnen met fietsen omdat we vroeger op vakantie met m’n ouders vaak gingen fietsen. Op den duur had ik daarom m’n eigen kleine racefietsje gekregen. Dat fietsen beviel wel en op m’n 12e ben ik lid geworden van UWTC, de plaatselijke wielervereniging. Koersen ging me aanvankelijk niet zo goed af, maar bij de nieuwelingen begon dat beter en beter te gaan. Maar daarna heb ik door een verkeersongeluk en lange revalidatie een aantal jaar niet kunnen koersen. Op m’n 19e ben ik daarna herbegonnen als amateur. In m’n derde jaar bij de amateurs had ik een zeer consistent seizoen met een aantal overwinningen en podiumplekken, toen vond ik het tijd om het toch nog een keer bij de elite te proberen. Via de Amsterdamse studentenwielervereniging SKITS ken ik Bart Vreugdenhil en via hem ben ik toen bij Tempo terecht gekomen.

Welke disciplines van de wielersport beoefen je en waar gaat je voorkeur naar uit?

Ik rijd eigenlijk alleen maar op de wegfiets. Mountainbiken kan ik ook erg van genieten, maar helaas zijn de mogelijkheden daarvoor in Amsterdam zeer beperkt. Dus mountainbiken doe ik alleen een enkele keer op een huurfiets. Een gravelbike staat wel stiekem op m’n verlanglijstje, veel vrienden zijn daarmee begonnen en dat lijkt me erg vet!

Wat zijn jouw favoriete koersen en trainingen?

De mooiste koersen vind ik etappekoersen zoals de Ronde van Vysocina of de Arden Challenge. Zo’n koers rij je misschien een of twee keer per jaar, dat maakt het natuurlijk meteen speciaal. Ik heb ook het idee dat ik relatief goed blijf herstellen tijdens zo’n koers dus ik denk dat het me wel redelijk ligt (zolang het maar niet te veel klimmen is voor mijn bijna 80 kg). Qua trainingen kan ik overal wel van genieten. Lekker lange duurtrainingen, relaxte koffieritjes of jezelf helemaal uit elkaar trekken tijdens een zware intervaltraining, ik vind het allemaal mooi.

Hoe ziet een trainingsweek er voor jou uit?

Ik probeer 5 a 6 keer per week te trainen. Vorig jaar ben ik begonnen aan m’n master waardoor ik wat minder tijd heb om te trainen. Doordeweeks ga ik daardoor vaak voor een wat kortere intensieve training in de avond terwijl ik lange duurtrainingen in het weekend doe. Gelukkig ben je als student wel wat flexibeler waardoor ik wat kan schuiven om bijvoorbeeld niet in de regen te hoeven trainen. Ook ga ik een keer per week naar de sportschool voor krachttraining. Om ook tijdens de sportscholensluiting van afgelopen tijd m’n krachttraining bij te houden heb ik zelfs voor 50 euro op m’n kamertje een eigen squatinstallatie gebouwd van bouwemmers en bakstenen.

Tijdens welke koers of training heb je echt het allermeest afgezien?

Het allermeest afgezien heb ik tijdens de Tour du Mont Blanc waar ik een paar jaar geleden aan mee heb gedaan. Dat is een cyclo van 330 km en 8000 hoogtemeters helemaal om de Mont Blanc heen. We waren er al een week van tevoren en de hele week was het superlekker weer. Maar op de dag zelf sloeg het helemaal om en de laatste paar uur werden we geteisterd door hagel- en regenbuien en was het verschrikkelijk koud. Na 300 km afdalen met bevroren handen is niet ideaal! Maar als ik er nu op terug kijk was het een hele mooie dag.

Op welke prestaties ben je het trotst?

Het meest trots ben op m’n overwinning in de Omloop van Nieuwland. Dat is een Zeeuwse waaierklassieker voor amateurs. Die dag was ik echt met afstand de beste in koers en kon ik eigenlijk doen wat ik wilde. Met zo’n gevoel in de koers zitten is echt fantastisch, (en dat gevoel heb ik ook nooit meer nog eens gehad :)). Ook ben ik erg trots op die Tour du Mont Blanc, ik was toen bij de eerste 30 finishers. Bij de elite bij Tempo ben ik het meest trots op m’n top-10 plaatsen in de rondes van Ouderkerk, Heerhugowaard en Oudorp. Die dagen werd lekker aanvallend koersen beloond met een mooie klassering.

Wat zijn je doelen voor wielerseizoen 2021?

Mijn doel voor dit wielerseizoen is eigenlijk alleen maar om gewoon weer lekker te koersen. Het afgelopen jaar hebben we dat natuurlijk erg gemist met z’n allen dus laten we hopen dat dat snel weer kan!

Renner in de schijnwerpers – Joris de Mönnink

Renner in de schijnwerpers – Joris de Mönnink

Afgelopen weken heeft Joris de Mönnink diverse renners en begeleiders geïnterviewd. Deze week vond ik, Hans Baudoin, het tijd om hem eens te interviewen. Joris is 22 jaar oud en woont al zijn hele leven in Eindhoven. Pas vijf jaar geleden is Joris besmet geraakt met het wielervirus, waarna hij zijn eerste koers reed als tweedejaars junior. Dit jaar rijdt hij zijn derde seizoen bij Tempo Hoppenbrouwers-VIRO.

Nadat Joris een kort jaartje als junior en een jaar als amateur heeft gereden, besloot hij om aan te sluiten bij de beloftenploeg van TWC Tempo Hoppenbrouwers-VIRO. Voor hem was alles nog relatief nieuw, waardoor hij dit avontuur zeker eens mee wou maken.

Joris staat altijd klaar voor anderen en is een echte teamspeler. Hij is ook altijd bereid om een extra stapje te zetten voor de club. De leuke interviews die hij elke week plaatst op Facebook, Instagram en de website zijn hier een goed voorbeeld van. Het wordt hoog tijd dat hij eens in het zonnetje wordt gezet, vandaar dat ik hem heb geïnterviewd.

Hoe ben je in aanraking gekomen met de wielersport?
Met een aantal klassen van de middelbare school gingen we in Italië op vakantie mountainbiken, waarbij ik merkte dat ik toch al goed hard omhoog kon rijden. Eenmaal thuisgekomen had ik mijn eerste mountainbike al snel veroverd en heb ik alle mountainbikeroutes in de regio Eindhoven verkend. Nadat ik met de mountainbike hard ten val ben gekomen besloot ik om het wat “veiliger” te maken voor mezelf en ben ik overgestapt naar fietsen op de racefiets.

In datzelfde jaar schreef ik me in bij de regionale wielervereniging en reed ik mijn eerste koersjes als tweedejaars junior, wat meteen flink aanpoten was. Na daarna een seizoen bij de amateurs te hebben gereden merkte ik een mooie progressie en heb ik samen met Jeroen Hasselaar besloten om aan te sluiten bij de beloftenploeg van TWC Tempo Hoppenbrouwers-VIRO.

Waar word jij blij van? Waar ben je trots op?
Ik word er erg blij van als hard werken beloond wordt. Dit geldt dan ook zowel voor situaties in het wielrennen als daarbuiten. Als ik zelf merk dat ik écht harder ga fietsen doordat ik goed getraind heb is dat voor mij een beloning. Inmiddels heb ik weer een mountainbike en ook hier merk ik dat ik steeds handiger word om de parcoursen af te leggen. Voor de studie die ik volg is dat dan in de vorm van een goed resultaat na vele uren in boeken.

Waarom heb je juist voor Tempo gekozen?
Ik houd ervan om onder de mensen te zijn, van elkaar te kunnen leren en samen plezier te hebben. Het is geen geheim dat we bij Tempo een flinke elite-beloftenploeg hebben die elkaar kunnen versterken. Omdat ik nog niet vanaf mijn zesde op de fiets zit, kan ik nog veel leren op zowel tactisch als technisch vlak. Ik ben naar Tempo gekomen om mij vooral op dit vlak te verbeteren, waarbij de andere renners, onze mechanieker Gerrit en jij mij een hoop bijbrengen.

Daarnaast hoopte ik ook om een aantal klimkoersen mee te kunnen pakken om vooral te leren rijden in een peloton op een parcours dat me ligt. Hierbij stonden de meerdaagse in Tsjechië en de Arden Challenge afgelopen twee jaar bijvoorbeeld dik onderstreept in mijn agenda.

Wat vind je zelf je beste eigenschap als wielrenner en waar moet je nog aan schaven?
Laat ik beginnen met een citaat van Jos van Emden: “Bij fietsen komt zoveel meer kijken dan domweg veel vermogen leveren of een goede longinhoud hebben. Je kunt een belachelijk hoog vermogen trappen, maar als ik je klemrijd aan de voet van een klim, dan ga je niks winnen. Dan lig je gewoon achter. Gelukkig maar, anders zouden we een saaie sport hebben.”

Ik vind het nog steeds erg lastig om voorin het peloton te rijden en erop te vertrouwen dat ik net zo hard door de bocht kan als degene die voor mij rijdt. Als ik op een rondje van 1500 meter zes bochten moet insturen, verlies ik heel wat seconden die ik telkens dicht moet rijden. Als ik goed mee zou willen in de koers is het voor mij van groot belang dat ik me verbeter op technisch en tactisch gebied. Hard rijden lukt me al, want tijdens de grootste onlinewedstrijd afgelopen jaar (waar online gekoerst wordt en het dus eigenlijk een kwestie is van keihard fietsen) was ik de eerste van onze ploeg die de top van de virtuele Mont Ventoux bereikte.

Wat is je ambitie? Wat wil je uiteindelijk bereiken. Zowel maatschappelijk als op sportief vlak.
Nu ik in de afrondingsfase van mijn afstudeeronderzoek ben beland, ben ik erachter gekomen, dat ook hier mijn ambities liggen. Ik vind het prachtig om alle methodes en technieken die ik afgelopen jaren heb geleerd aan de studie Technische Bedrijfskunde in de praktijk te brengen en hier resultaten mee te boeken voor een organisatie. Het fietsen dient momenteel voor mij vooral als ontspanning en als moment om met vrienden op te trekken tussen drukke werkweken door. Het lijkt me supergaaf om me te blijven ontwikkelen in de wielersport, zodat ik steeds beter mee kan. Ik ben daarbij dan ook nog nooit met tegenzin op de fiets gestapt.

Waar heb je het meest afgezien? Hoe voelde dat?
Tijdens de eerste etappe van de eerste meerdaagse die ik gereden heb in Tsjechië. Omdat ik nog erg moest wennen aan het rijden in een erg groot peloton, heb ik me na de eerste afdaling laten lossen (dat leek me op dat moment wel de meest verstandige keuze). Omdat ik binnen de tijdslimiet wou finishen heb ik een “individuele tijdrit” gereden van ruim 100 kilometer om na 3 uur en 19 minuten over de finish te komen. Dit was precies 18 minuten nadat de winnaar binnenkwam.

Ondanks dat het flink afzien was, was ik natuurlijk erg blij dat ik vervolgens alle dagen erna nog heb mogen starten en de hele etappekoers dus heb mogen rijden. Iedere dag van die etappekoers verbeterde ik mezelf en reed ik betere uitslagen. Van de 136 vertrekkende starters hebben slechts 61 renners de etappekoers volledig uitgereden en daar zat ik als “groentje” toch maar mooi bij! Een mooie prestatie voor de enige etappekoers die ik in mijn leven gereden heb al zeg ik het zelf.

Tot slot: heb je nog een persoonlijke wens? Ik ken je als iemand die altijd klaar staat voor anderen. Jij mag ook op de voorgrond treden.
Het klinkt misschien cliché, maar mijn enige wens voor nu is eigenlijk dat ik gezond blijf. Fietsen draagt hier op zowel fysiek als mentaal gebied zeer positief aan bij. Het liefst blijf ik minimaal tot m’n 80e met plezier op de fiets zitten.

Renner in de schijnwerpers – Frank Stijger

Renner in de schijnwerpers – Frank Stijger

Afgelopen weken hebben we al diverse renners en onze ploegleiders geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Frank Stijger. Frank is 21 jaar oud, woont in het Zuid-Hollandse Honselersdijk en heeft 8 jaar geleden zijn intrede gedaan in de wielersport. Dit jaar heeft hij de keuze gemaakt om zich aan te sluiten bij TWC Tempo Hoppenbrouwers-VIRO, zodat hij onderdeel uit kan maken van onze elite-beloftenploeg.

De liefde voor de wielersport ontstond toen Frank in zijn zevende levensjaar meereed tijdens de Dikke Banden Races in de buurt en hij al regelmatig een bloemetje mee naar huis bracht. Ondanks dat Frank al erg lang aan het fietsen is, wil hij zich blijven ontwikkelen en verdere stappen maken. Hiertoe heeft hij besloten om dit jaar aan te sluiten bij de elite-beloftenploeg van Tempo zodat hij zijn lijstje met overwinningen kan blijven uitbreiden. Om een beter beeld van Frank te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

Hoe lang ben je al actief in de wielersport?

Sinds ik zeven jaar was ben ik bij de plaatselijke voetbalvereniging gaan voetballen. In de zomer, tijdens de wielerrondes in het Westland, heb ik vanaf zevende ook meegedaan aan de Rabo Dikke Banden race en bracht regelmatig een bloemetje mee naar huis. Zo ontstond de liefde voor het fietsen. Toen ik te oud geworden was voor de RDBR ben ik lid geworden van de wielervereniging in het Westland.

Welke disciplines van de wielersport beoefen je en waar gaat je voorkeur naar uit?

In het begin, categorie 6 & 7, heb ik ook mountainbike wedstrijden gedaan maar later is mijn voorkeur toch uitgegaan naar het wegwielrennen. Ook heb ik ooit een clinic baanwielrennen gedaan. Mijn voorkeur gaat uit naar het wegwielrennen maar tijdens een training vind ik het zeker leuk om ook af en toe op de mountainbike of veldritfiets te stappen.

Hoe ziet een trainingsweek er voor jou uit en wat vind je het mooist om te doen?

Meestal stap ik 5/6 keer per week op de fiets om te trainen. Dit valt tot nu toe goed te combineren met mijn studie Business Studies op de Hogeschool Inholland in Den Haag. Daarnaast doe ik meestal één keer per week krachttraining met de gewichten die ik thuis heb staan. Trainingen die ik leuk vind zijn bij mooi weer, een lekker zonnetje en een mooie omgeving. Zo zijn de ritjes tussen de Westlandse kassen ook genieten.

Ben je nog bezig met voeding en heb je favoriete gerechten voor en na de koers?

Ik ben voor, tijdens en na het sporten zeker bezig met mijn voeding. Zo probeer ik altijd voor een wedstrijd genoeg koolhydraten te eten, in een vorm van een pasta maaltijd. Na afloop van de koers probeer ik altijd weer genoeg herstel binnen te krijgen door middel van een schaaltje kwark of een hersteldrank. Na de training eet ik graag een gebakken eitje, vooral als mijn moeder hem heeft gemaakt. Verder eet ik veel vitamines, vooral tomaten uit eigen tuin, geteeld door mijn vader.

Op welke prestaties ben je het trotst?

Ik ben heel erg trots op mijn prestaties die ik op de fiets heb weten te behalen. Zo won ik bij de junioren de wielerronde van Naaldwijk én het Westland klassement over de negen rondes in gemeente Westland. Als eerstejaars belofte werd ik eerste in Ouderkerk aan de Amstel. Ook behaalde ik een 15e plaats in de Ronde van de Glazenstad, een vrije klassieker in mijn eigen regio. Mede dankzij de goede prestaties in mijn eerste jaar mocht ik het jaar erna starten bij het NK op de VAM-berg. Hier werd ik 33ste.

Je bent pas sinds dit seizoen lid van Tempo, waar fietste je eerst en waarom kom je naar ons?

Mijn ambitie als renner is dat ik mezelf graag wil blijven ontwikkelen en stappen wil maken. Ik wil mezelf laten zien in de wedstrijden, door aanvallend te koersen en voorin mee te rijden en iets voor mijn ploeggenoten te kunnen betekenen. Daarom ook de overstap van Westland Wil Vooruit naar TWC Tempo Hoppenbrouwers-VIRO omdat Tempo een ploeg is met ambitie en er een internationaal programma gereden wordt met één- en meerdaagse wedstrijden. Ik hoop als renner hier mee te kunnen doen en samen met de ervaring van andere renners een stap te kunnen maken.

Renner in de schijnwerpers – Luuk Nissen

Renner in de schijnwerpers – Luuk Nissen

Om jullie in deze gekke tijden nog steeds van verhalen te voorzien, interviewen we wekelijks een renner of begeleider. Afgelopen weken hebben we al diverse renners en onze ploegleiders geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Luuk Nissen. Luuk is 38 jaar oud, woont in Best en 11 jaar geleden vroeg hij zijn wedstrijdlicentie aan voor de amateurploeg van Tempo.

De liefde voor de fiets heeft Luuk al in zijn jonge jaren gevonden. Waar hij als kleine jongen zijn eigen “Tour de France” door de straat reed, stond hij in 2020 op de hoogste treden van het podium bij het Nederlands kampioenschap voor militairen! Als Luuk een aantal weken achter elkaar 8 uur per week kan trainen kan iedereen zijn borst wel natmaken, want dan moet de rest van het startveld nóg harder vechten voor een plekje op het podium. Om een beter beeld van Luuk te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

Hoe ziet jouw wielerhistorie eruit?

Ik kom uit een echt sportgezin. Als ik zelf niet aan het sporten was, stond het wel aan op TV of de sportpagina van de krant lag open op tafel. Ik kreeg als 4-jarig jochie mijn eerste fietsje, waarmee ik de Tour de France reed in onze straat. De liefde voor het wielrennen heeft er dus altijd wel ingezeten, maar mijn eerste koers reed ik pas op mijn 27e. Voor die tijd deed ik aan wedstrijd atletiek, ging ik naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding en volgde ik militaire opleidingen.

Welke disciplines van de wielersport beoefen je en waar gaat je voorkeur naar uit?

Ik ben snel verveeld en hou wel van wat uitdaging. Alle fietsdisciplines heb ik wel eens uitgeprobeerd van baanwielrennen tot een BMX-clinic. Het allermooiste vind ik het veldrijden, lekker crossen met wat stuurmanskunst en waar de sterkste renner meestal ook wint!

Ik heb trouwens ook nog een Fatbike. In 2019 heb ik daarmee het NK Fatbike Marathon gewonnen tijdens de Drenthe 200. De laatste 9km reed ik met een aflopende achterband. Ik kwam over de finish op de velg en zat helemaal onder die ‘tubeless latex melk’…

Wat zijn jouw favoriete koersen en trainingen?

Zoals gezegd veldritten! En in tegenstelling tot veel medecoureurs kan ik me altijd wel vermaken in van die koersjes die voor geen meter lopen. Met veel bochten, drempels en klinkertjes. Als er wat te wringen en sturen valt heb ik het wel naar m’n zin.

Verder kan ik genieten van een lange, zonnige duurtraining met goed gezelschap. Sinds vorig jaar fietst mijn zoon ook. Met hem rij ik zo nu-en-dan de MTB-route van Aquabest. Da’s lachen, zeker als zo’n miniatuurtje van die volwassenen begint in te halen! Dat vinden ze niet leuk haha!

Hoe ziet een trainingsweek er voor jou uit en wat doe je naast het fietsen nog meer?

Een dag niet bewogen is een dag niet geleefd. Ik doe dus altijd wel wat. Al is het gewoon een wandeling of wat krachtoefeningen met eigen lichaamsgewicht. Als ik niks gedaan heb word ik onrustig.

Hoeveel ik op de fiets kan zitten is echt heel erg afhankelijk van mijn werk als militair.  Zoals ik al zei kom ik altijd goed in gang wanneer ik een paar weken achter elkaar constructief meer dan 8 uur kan fietsen. Als ik de tijd heb doe ik duurtrainingen. Is de tijd schaars dan train ik op intensiteit. Ik heb verschillende sportstudies gedaan, dus ik weet gelukkig wel wat van trainingsprincipes en het menselijk lichaam.

Tijdens welke koers of training heb je echt het allermeest afgezien?

Het meest afgezien weet ik niet, maar de indrukwekkendste koersen die ik gereden heb zijn toch wel de Militaire Wereld Kampioenschappen als lid van de Nationale Militaire Wieler Ploeg. In België, Zuid-Korea, Slovenië, Nederland en China heb ik ons land mogen vertegenwoordigen op de weg, MTB, individuele en ploegentijdrit. Meerijden tussen de ‘echte’ jongens met veel publiek zijn ervaringen die me altijd bij zullen blijven. Dan voel je je als amateurrenner net een prof.

Op welke prestaties ben je het trotst?

Ik probeer mezelf, naast alle andere dingen die ik doe qua werk en privé, realistische sportieve doelen te stellen. Als ik die haal kan ik daar best trots op zijn. Toen ik in 2011 als oudje (27) mijn eerste wielerlicentie aanvroeg keek ik op tegen de gasten die podium reden. Dat wilde ik ook wel. Stap voor stap ben ik gaan leren koersen en mezelf gaan verbeteren in trainingen en wedstrijden. Inmiddels heb ik bijna 45 overwinningen geboekt. Voornamelijk als amateur bij de ‘wilde bonden’ in het veldrijden, maar ondertussen ook op de weg. De meeste waarde hecht ik aan mijn NK-militairen titel op de weg in 2020. Dat was echt wel een sterk staaltje tussen een aantal elites. Maar de meest speciale is voor mij toch de Kermisronde van Montfort. In het dorp waar ik getogen ben, sta ik na een aantal mislukte pogingen eindelijk op de erelijst!

Wat zijn je doelen voor wielerseizoen 2021 bij Tempo?

Met corona is het een raar jaar, dat voor mij ook nog eens slecht begon met een hernia-operatie in de lage onderrug. Daarom rustig opbouwen en lekker bezig blijven momenteel. En vooral genieten van onze gezondheid. Als we dan ook nog een beetje lief zijn voor elkaar, moet het na de lockdown toch wel goedkomen eind 2021?

Ploegleider/mechaniciën in de schijnwerpers – Gerrit Smets

Ploegleider/mechaniciën in de schijnwerpers – Gerrit Smets

Om jullie in deze gekke tijden nog steeds van verhalen te voorzien, interviewen we wekelijks een renner of begeleider. Afgelopen weken hebben we al diverse renners en onze ploegleider van de elite/beloften geïnterviewd. Deze week is het de beurt aan Gerrit Smets, onze tweede ploegleider en mechaniën.

Zo’n 46 jaar geleden heeft Gerrit zijn intrede gedaan in de wielersport, waardoor we ook van Gerrit kunnen zeggen dat hij al heel erg veel ervaring heeft in de wielersport. Allereerst reed Gerrit zelf wedstrijden bij de junioren en de amateurs, waarna hij vanaf zijn 21e de sport vooral heeft beoefend om te genieten. Toen Gerrit drie jaar geleden werd gevraagd om mechaniciën bij Tempo Hoppenbrouwers-VIRO te worden heeft hij geen moment getwijfeld. Inmiddels vervult Gerrit ook de rol als tweede ploegleider bij de elite/beloften, maar daarnaast vindt hij het net zo prachtig om bidonnetjes aan te geven bij alle koersen van de amateurs. Gerrit is onder de renners erg geliefd door zijn nuchtere kijk op alles en de band die hij creëert met de renners, door onder andere regelmatig aan te sluiten op zijn eigen fiets. Om een beter beeld van Gerrit te krijgen, hebben we hem geïnterviewd.

Hoe lang ben je al actief in de wielersport?

Toen ik 14 jaar oud was ben ik met de buurman begonnen met fietsen en zijn we bij een toerclub gaan rijden. Twee jaar later was ik zo goed vooruitgegaan dat ik over ben gestapt naar de junioren en wedstrijden ging rijden bij de NWB voor TWC Bergeijk. Mijn eerste wedstrijd reed ik in Peij Echt, het was heel koud en nat en alles was nieuw maar ik kon me goed handhaven en werd 11e van de 78 starters. In het voorjaar van mijn laatste seizoen als junior begon het slecht met een zware valpartij op training met de nodige schade. Ik had toen mijn jukbeen verbrijzeld, een scheurtje in de schedel en de nodige hechtingen in het gezicht, na een herstel van 4 maanden kwam ik weer terug op de fiets en ben ik gestart bij de amateurs. Het volgende seizoen goed voorbereid en getraind aan de wedstrijden begonnen en mooie uitslagen gereden maar nooit een wedstrijd kunnen winnen. Ik kon hardrijden maar niet sprinten. Op mijn 21e ben ik gestopt met het rijden van wedstrijden.

We zien jou nog steeds zelf op de fiets zitten. Hoe beoefen je de wielersport nu zelf?

Ik fiets nog héél graag en meestal rijd ik samen met Rolf en Rinus maar ook met de wedstrijdrijders van Tempo. Samen met de jongens fietsen communiceert makkelijk omdat je allemaal samen bezig bent met dezelfde sport. Ik probeer 3 á 4 keer per week te fietsen afhankelijk van het werk en het weer, train dan doordeweeks 60 tot 80km. ‘s Avonds en in het weekend tussen de 80 tot 125km. Graag trainen we ook in Zuid-Limburg en de Ardennen voor de langere tochten zoals Diekirch-Valkenswaard welke 260km telt.

Wat heeft je ertoe aangezet om ploegleider en mechaniciën te worden bij Tempo?

Renners helpen in de wedstrijd met problemen met het materiaal en sleutelen vanuit de auto aan de fiets is mooi. De band die je met de meeste renners krijgt is heel mooi om te ervaren.

Ik ben in 2016 bij Tempo begonnen als mecaniciën omdat ik gevraagd werd omdat de mecaniciën er mee gestopt was. Inmiddels heb ik al veel wedstrijden gedaan van eendaagse tot etappewedstrijden. In 2018 heb ik mijn ploegleiderslicentie gehaald omdat Tempo meer renners kreeg en dat het er aan zat te komen dat we een dubbel programma gingen rijden om alle renners genoeg te kunnen laten starten.

Het mooiste vind ik de contacten met de renners en te zien dat ze stappen maken, iedere renner op zijn kunnen. Ik geniet misschien nog wel het meest van de renners die niet overgoten zijn met groot talent, maar alles voor hun sport opofferen en dan een mooie prestatie neerzetten. Neem jou voorbeeld Joris, waarbij je in de Ronde van Lieshout een mooie prestatie neerzet. Dan ben ik gewoon blij voor jou als renner.

Hoe heb je de wielersport zien veranderen gedurende jouw leven?

Dat is niet met elkaar te vergelijken.

Het materiaal is ontzettend doorontwikkeld maar ook op het gebied van trainen is er net zo goed veel veranderd. Iedere renner heeft zijn eigen trainer nu, ik heb nooit geen trainer gehad je leerde toentertijd van andere renners en vaders. Ik mocht van thuis uit fietsen maar je moest wel alles zelf doen, gelukkig hadden ze bij TWC Bergeijk een bus om naar de wedstrijden te gaan. Je was dan hele dagen weg want alle categorieën die startten gingen met die bus mee. Dat was trouwens wel een heel gezellige tijd.

Hoe heb jij jouw ervaring van het sleutelen aan fietsen jezelf eigen gemaakt?

Toen ik zelf fietste moest je alles zelf doen. Gelukkig heeft mijn buurman mij altijd alles geleerd. Zo ook bijvoorbeeld tubes maken en weer dicht naaien.

Op welke prestaties als ploegleider en mechaniciën van Tempo ben je het trotst?

Het mooiste vind ik dat renners vooruitgang boeken en lekker bezig zijn. Ik geniet net zoveel van een mooie amateurwedstrijd als van de elite. Ik vind trouwens dat we bij Tempo een fantastisch hechte en leuke groep hebben die samen hele mooi prestaties neerzetten.

Wat zijn jouw ambities voor de ploeg voor komend seizoen?

Ik hoop dat we weer snel wedstrijden kunnen rijden, want momenteel staat door Corona de ontwikkeling van de renners stil. We hebben nu eigenlijk al twee verloren seizoenen en dat komt de wielersport in zijn geheel niet ten goede.